Nintendo heeft een rechtszaak aangespannen tegen de Amerikaanse overheid. Het Japanse gamebedrijf wil geld terugzien dat het heeft betaald door de importtarieven die werden ingevoerd tijdens de regering van president Donald Trump. De zaak werd op 6 maart ingediend bij het Amerikaanse Court of International Trade.
De tarieven werden opnieuw ingevoerd nadat Trump in 2025 terugkeerde als president van de Verenigde Staten. De regering legde extra heffingen op aan goederen uit verschillende landen waar Nintendo zaken mee doet, waaronder China en Mexico. In april 2025 liep het tarief op Chinese producten zelfs op tot 145 procent. Hierdoor stegen de prijzen van uiteenlopende producten in de VS, van voedsel tot elektronica.
De Trump-regering baseerde de maatregel op de International Emergency Economic Powers Act uit 1977 (IEEPA). Voor Nintendo betekende dit dat importkosten voor onderdelen en accessoires fors opliepen. Als reactie daarop verhoogde het bedrijf de prijzen van verschillende accessoires voor de Nintendo Switch 2, waaronder controllers. De console zelf behield echter zijn oorspronkelijke adviesprijs van 449 dollar.
Nintendo wil betaalde tarieven terug
De aanleiding voor de rechtszaak ligt bij een recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof. Op 20 februari verklaarde het hof met een meerderheid van 6 tegen 3 stemmen dat een groot deel van de tarieven van de Trump-regering onwettig was. Kort daarna voerde Trump via een presidentieel decreet een tijdelijk wereldwijd tarief van 10 procent in, dat maximaal 150 dagen zou gelden.
Nintendo probeert nu via de rechter de eerder betaalde invoerrechten terug te krijgen. In de aanklacht stelt het bedrijf dat het “schade heeft geleden door de IEEPA-tarieven” en dat het recht heeft op een terugbetaling, inclusief rente. Hoeveel geld Nintendo precies wil terugkrijgen is niet bekendgemaakt, maar volgens het bedrijf hebben de tarieven wereldwijd meer dan 200 miljard dollar aan importheffingen opgeleverd.
Volgens Reuters werkt de Amerikaanse douane aan een systeem waarmee bedrijven mogelijk binnen 45 dagen hun geld kunnen terugvragen.
Nintendo staat niet alleen
Hoewel Nintendo vaak in het nieuws komt door zijn harde strijd tegen piraterij, is deze zaak onderdeel van een veel grotere juridische strijd. Meer dan duizend internationale bedrijven hebben inmiddels soortgelijke rechtszaken aangespannen tegen de Amerikaanse overheid. Onder andere logistiekgigant FedEx en retailketen Costco eisen terugbetaling van tarieven die sinds februari 2025 zijn betaald.
Hoe deze grote groep rechtszaken precies wordt afgehandeld, is nog onduidelijk.
Nog meer uitdagingen voor Nintendo
De juridische strijd rond importtarieven is niet het enige probleem waar Nintendo momenteel mee te maken heeft. Begin maart ontstond ook ophef nadat het Witte Huis op sociale media een boodschap plaatste in een lettertype dat sterk leek op dat van Pokémon. De Pokémon Company liet weten dat de Amerikaanse overheid geen toestemming had om het merk voor politieke doeleinden te gebruiken.
Daarnaast hangt er mogelijk nog een prijsverhoging van de Nintendo Switch 2 boven de markt. Door een wereldwijd tekort aan DRAM-geheugen stijgen de prijzen van RAM-modules en SSD’s. Grote techbedrijven volgen de situatie nauwlettend, omdat hogere componentprijzen uiteindelijk kunnen doorwerken in de consumentenprijs van hardware.
Voorlopig blijft de adviesprijs van de Nintendo Switch 2 echter ongewijzigd op 449,99 dollar.

